Vol tuig

Golf van Biskaje, 10 juli 2003






La Rochelle,


Home

klik thumbnails voor extra foto's.







Eindelijk  en foto








Gezamelijk voor anker








Anna en Uwe








Salina houdt zich vast








We hebben het zo slecht








Port la Nouvelle








Bruggetje hier, touwtje daar...








Fantastische zeilboot








Past prima








En dan daar tegenop








Rustig vollopen








Waar is nou die ingang?








Leuke sluiswachters








Geoliede machine








Chiel








Buikje








Aquaduct








Zo gaat dat








Dageraad








Langszij








We dobberen voor anker in de Atlantische Oceaan. Vlakbij la Rochelle, het zeilersparadijs van Frankrijk. In dit gebied hebben we te maken met getijdenwater en dat is toch wel erg leuk zeilen. Toen we vanuit de riviermonding de oceaan opvoeren kreeg Chiel meteen een zeer grote glimlach op zijn gezicht. Helemaal blij met het voelen van de oceaandeining. Een groot verschil met de korte golven op de Middellandse Zee.

We liggen momenteel al een aantal dagen voor anker. Wie langs plek vaart ziet een prachtig beeld. Onze supersnelle, spinachtige Milonga ligt gezusterlijk vastgeknoopt aan de Nereide, een prachtig houten scheepje; een beetje hippieachtig om te zien. Een felgroene romp en een rode mast. Ons net ligt bezaaid met snorkelspullen en visgereedschap. Achter ons een paar drijvertjes waar we netten en lijnen aan uitgezet hebben. Vlakbij zie je met laagwater de oesterbedden en mooie stranden; om ons heen een aantal eilandjes met kleine havens waar je alleen op bepaalde tijden in en uit kan vanwege de waterstanden.

De Nereide is van Uwe, Anna en Salina de hond (oostduits, zweeds, spaans, 37 jaar, 37 jaar, 6 maanden). We hebben hen ontmoet aan het einde van het Canal du Midi en varen al een tijdje samen op. Zij zijn ook ongeveer een jaar onderweg en gaan langzaam terug richting Zweden. Gisteravond met laagwater zijn Uwe, Anna en Chiel op mossel- en oesterjacht geweest. Dat was een goede vangst. Heerlijke mosselen, een klein beetje oesters (niet uit de oesterbedden, maar verderop bij het strand van de rotsen), veel krabben en nog een vis met een hengel. Met elkaar alles schoonmaken en klaarmaken en dat betekent de laatste paar dagen dat we dan zo rond een uur of elf 's avonds kunnen eten. Maar lekker!!!! Citroen erbij, beetje kruidenboter, salade, gebakken aardappels en brood! Kleine krabben eten was voor mij nieuw; de smaak is heerlijk, je moet wel veel doen voor een heel klein beetje eten.

Het klinkt als vakantie en het voelt als vakantie. Een paar mooie zeiltochten gemaakt zonder echt ergens heen te hoeven, heerlijk zonnig weer met een lekker windje, beetje zwemmen, slapen, lekker eten. Erg genieten van ons laatste deel van de reis.

Niet zo gek ook, want we hebben sinds ons laatste reisverslag een aardige afstand afgelegd. We zijn van Sicilië in een keer naar Sardinië gezeild. In Sardinië zijn we 's nachts aangekomen en de volgende dag 's avonds weer verder gezeild richting de Balearen. Op de Balearen hebben we een dag of vier gerust, de boot weer klaargemaakt (schoonmaken, inkopen, kleine reparaties, was, water, spiritus) en vervolgens naar de ingang van het Canal du Midi gevaren. Dat was Port la Nouvelle aan de zuidkust van Frankrijk. Over de zeetochten later wat meer (dat komt nog in een apart verslag); eerst maar over het kanaal.

Canal du Midi, canal de la Garonne en de rivier

De doorsteek om van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan te komen bestaat uit drie delen. Het eerste deel heet het Canal du Midi; het tweede deel Canal du Garonne en het laatste deel vaar je op de rivier de Garonne en die mondt uiteindelijk uit in de Atlantische Oceaan. Als je deze kanalen doorbent, dan ben je zo'n 143 sluizen gepasseerd. Het geheel loopt door Zuidwest-frankrijk en Bordeaux is een van de grote plaatsen langs deze route.

Deze kanalen bestaan al sinds 17honderdzoveel en de sluisconstructies zijn prachtig. Een rijke man met veel doorzettingsvermogen heeft dit met grotendeels eigen kapitaal gerealiseerd. En de moeilijkheid of de uitdaging was en is om te zorgen dat er voldoende water is. Daarvoor zijn ook allerlei verzamelbassins gemaakt.

Port la Nouvelle is een van de kustplaatsen om het Canal du Midi te kunnen bereiken. We hebben daar een aantal dagen gelegen om de boot klaar te maken voor het kanaal.

De eerste brug was een zeer geschikte brug om te gebruiken om onze mast te laten zakken. Een spannende aangelegenheid, maar alles ging goed. Wat een hoop zooi heb je dan plotseling aan boord: grootzeil, fok, giek, al het touwwerk. Chiel heeft daar een mooi pakket van gemaakt. En achter en voor ons schip stak nu natuurlijk een aardig stuk mast uit. Voor de franse vlag erop; achter de Nederlandse vlag. Verder hadden we 1 drijver ingeklapt en de andere uitgevouwen. De sluizen zouden zo breed zijn, dat we er op die manier net doorkonden en dan kon het bijbootje op het net blijven. Daarmee zag ons schip er wel uit als een beetje aangereden vogeltje, maar ja.

De eerste dag hebben we een kort stuk gevaren en dat ging prima. Twee sluisjes door. Het was heel krap, maar het ging; wel heel spannend. Ook de stukken kanaal waren mooi om te varen. Er staan veel bomen en er is langs het hele kanaal een pad dat vroeger gebruikt werd om boten te trekken (het jaagpad). Nu is dat voor fietsers, wandelaars en joggers ideaal. Een vreemde gewaarwording om na zoveel zee en blauw door het groen en de bomen te varen!

De tweede dag was een stuk minder. We lagen in Narbonne - een leuke stad - en hadden het smalste en laagste bruggetje van de tocht gepasseerd. Dat ging goed en als je daar goed door kon; dan kon je overal doorheen. Vervolgens kwam de volgende sluis met pal voor de sluisdeur een harde, dwarse stroom. Dan wordt zo'n ingang toch plotseling erg smal, want voor het corrigeren van zo'n stroombeweging heb je een beetje ruimte en snelheid nodig. Beiden had ik niet en ik was teveel op het bewegen van de achterkant van de boot aan het letten met als gevolg dat ik de voorpunt van onze uitgeklapte drijver naast de ingang stuurde in plaats van erin. Dat was een behoorlijke klap. Ik begon meteen heel hard te huilen; ik vond het echt vreselijk. Chiel stond inmiddels bovenop en dan drijf je zo diep in zo'n sluis en ik vond het zo verschrikkelijk erg. Chiel niet zo. Die vond het vooral erg dat ik zo moest huilen. Ik denk dat zwangerschapshormonen dan ook niet echt behulpzaam zijn. De schade viel op zich mee. Het ziet er lelijk uit, maar is alleen oppervlaktebeschadiging. Dan heb je kalveren en putten enzo en hebben we de andere drijver ook ingeklapt en verder geen aanvaringen met sluisdeuren meer gehad. Uiteindelijk zijn 142 sluizen goed gegaan.

We hadden van te voren gedacht dat het varen door het kanaal vrij ontspannen zou zijn. En dat is met name de eerste dagen tegengevallen. Het zijn erg lange dagen. Om 9 uur lagen we voor de eerste sluis en om 19.00 uur hadden we de laatste sluis en voeren we vaak nog door om de volgende ochtend meteen weer een sluis te kunnen nemen. Elke sluis vraagt veel concentratie en betekent veel staan. Ook moet je in zo'n smal kanaal voortdurend alert sturen. Om dat feestje nog compleet te maken bleek die week ook een vakantieweek en hoorden we later dat zelfs op het Nederlandse nieuws gesproken werd over de hittegolf in Frankrijk!! En het was heet!!! Geen zuchtje wind, brandende zon, pas om een uur of 11 's avonds begon het een beetje minder warm te worden.

Die vakantieweek. Dat was het toppunt. In het kanaal worden overal lange, grote, smalle boten verhuurd die je zonder enige vaarervaring kan huren (boten tussen de 8 en 12 meter; vaker 12 dan 8). Als je aan de kant staat leidt dat tot leuke taferelen. Als je er met je eigen boot tussenvaart is het een stuk minder. Een boot die de bocht wil nemen en in de kant eindigt; boten die dwars voor de sluis beginnen en al botsend van links naar rechts in de sluis overdwars terechtkomen (nu had ik daar natuurlijk wel een beetje begrip voor..). Dat is allemaal nog een beetje te begrijpen, maar wat echt stress gaf is dat de meeste boten ook niet goed rechtdoor konden varen. Dus als je elkaar ging passeren dan kwamen ze eerst recht op je af (en meestal vergaten ze om gewoon wat zachter te gaan varen), om op het laatste moment dwars uit te gaan en recht op de kant af en dan maar hopen dat ze met de volgende stuuractie net achter je langs zouden schieten. Dus ook als je gewoon langs de kant vastgemeerd lag, was dat niet echt rustgevend. Bij elke boot even opletten of dat wel goed ging.

Ergens de vierde dag was het ergst. Dat was het moment dat we beiden hebben gedacht: we stoppen ermee. De boot gaat op de trailer. We lagen met 3 boten in de sluis en dat ging goed. De sluiswachter wilde er nog een vierde bij hebben en dat kon op zich ook prima; er was ruimte voldoende. Deze vierde boot was bemand door 2 wat oudere franse stellen. De man achter het stuur kende maar 2 motorstanden: hard vooruit en hard achteruit. En hij kon niet sturen en hij had geen enkel benul van wat hij deed en hij had een gezicht met daarop geen enkele emotie of communicatie. Ik ben niet eerder zo in paniek geweest over onze boot. Hun boot lag op een gegeven moment half dwars in de sluis en die man gaat hard achteruit varen en Chiel was op de kant met de lijnen en ik kan wel een boot afhouden, maar niet een boot die schuin hard achteruit vaart en ik hoor onze boot kraken (als eerste natuurlijk die drijverconstructie en die kan veel hebben, maar toch) en ik heb zo geschreeuwd (en ik denk ook gevloekt) dat ze dat 3 sluizen verderop konden horen, maar gelukkig stopte die boot toen wel en ging vervolgens weer hard vooruit. De andere man aan boord schaamde zich volgens mij diep en we begrepen ook niet waarom hij niet voer; we hadden eerder gezien dat hij goed kon varen, maar toen we dat vroegen lag dat nogal gevoelig geloof ik.

Maar deze gebeurtenis was voor ons wel even een druppel. Zelf stomme dingen doen is nog tot daar aan toe, maar overgeleverd worden aan halfgaren is nog weer wat anders. Dus toen zeiden we dat als het over een dag of wat niet beter voelde dat we er dan mee zouden stoppen.

Maar eigenlijk is het vanaf dat moment overal prima gegaan. Een keer toen we het niet vertrouwden hebben we een sluisbeurt gewacht en waar we konden gingen we als laatsten de sluis in als de anderen al vastlagen. En ik moet zeggen dat natuurlijk ook het merendeel van de mensen weliswaar weinig vaarervaring hadden, maar wel heel zachtjes kwamen binnenvaren en die boten hebben veel rubber en stootwillen en dan is het ook geen probleem. Dat hou je makkelijk af en dat gaat dan allemaal wel goed.

We waren wel trots op ons eigen sluisvaarsysteem, want met z'n tweeën is dat nog best lastig. Als je stroomopwaarts vaart kom je binnen in de sluis en lig je heel diep. Dan kun je geen lijnen gooien en er waren ook geen trappen om omhoog te klimmen. Dus in het begin lagen we steeds te wachten tot iemand een lijntje van ons wilde aanpakken, maar dat is veel extra gemanoeuvreer en gedoe. Uiteindelijk hebben we op onze omhooggeklapte drijvers een haak gemaakt waar we voor en achter de lijnen aan ophingen. Ik zette Chiel voor de sluis aan de kant af. Hij liep met pikhaak naar de sluis; ik voer de sluis binnen en met de pikhaak kon Chiel zo onze lijnen pakken. Zo deden wij dat samen meestal soepeler dan de boten met 6 mensen aan boord.

Het laatste stuk van het kanaal was veel rustiger. Minder boten, minder sluizen en langere stukken varen. Ook voeren we inmiddels stroomafwaarts en kom je dus hoog de sluis binnen en eindig je diep. Dat is wat gemakkelijker. Ook hadden we een paar wat koelere dagen. Dat was heel welkom, vooral omdat ik met die warmte flink last van mijn benen had.

Ik heb nog een vrije middag gehad omdat Chiel terug moest naar la Rochelle om post op te halen. In Frankrijk heb je op zee een vlaggenbrief nodig en die hadden we nog niet. Die hadden we laten opsturen naar het havenkantoor van Port la Nouvelle, want we wisten dat we daar een aantal dagen zouden zijn. Wat kan post ingewikkeld zijn: eerst was er Pinksteren in Nederland, toen staakte de franse post drie dagen en toen was het weekend en het havenkantoor dicht. Dus uiteindelijk is Chiel liftend teruggegaan en hadden we gelukkig onze vlaggenbrief. Volgens ons een non-document, maar ja, die fransen willen dat graag zien en anders lopen we het risico van een hoge boete. Die fransen staken trouwens omdat ze vanwege de EU kans lopen dat hun pensioenregelingen veranderen: franse ambtenaren gaan nu met hun 50e met pensioen!

We hebben ook wel hoofdbrekens gehad in al die sluizen over het promotie en demotiebeleid bij franse ambtenaren. Er zijn handbediende, automatische sluizen en sluizen met sluiswachter. En er is een aantal dubbele, driedubbele en vierdubbele sluizen. In Nederland zou de vierdubbele sluis promotie betekenen. In het laatste stuk hebben we ontdekt wat promotie in Frankrijk is: er bestaan namelijk een aantal automatische sluizen met sluiswachter (!). Die sluiswachter komt naar je toe en vraagt of je nog abrikozen wil kopen, of een taart, of iets anders. Dus die kan daar mooi zijn eigen zaakjes doen! Schitterend.

Er is ook een hoop moois te vertellen over de kanalen. Een prachtig landschap om doorheen te varen, zo op en top Frans, met heuvels, maïsvelden, zonnebloemen, lange stukken met prachtig oude platanen, kastelen, wijnproeverijen. Ook ziet elke sluis er prachtig uit. Er staat een mooie woning bij; er is bijna altijd een mooie tuin bij met mooie struiken. Dat wordt allemaal goed onderhouden. En we zijn ook aardig wat aquaducten gepasseerd. Spectaculair is dat. Aan het einde hadden we toch geen spijt, maar we waren wel blij dat we er door waren. In 11 dagen 143 sluizen voelt als een soort voorbereiding op werken.

Net voor de laatste sluis hebben we Uwe en Anna ontmoet. Zij zouden die avond door de laatste sluis gaan en wisten dat er op de rivier een ponton lag waar je goed voor de nacht kon liggen, zodat we de volgende ochtend meteen met de stroom mee richting Bordeaux konden gaan. Met ons mee door de sluis kwam nog een zeilbootje en later arriveerden nog twee kleine motorbootjes bij het ponton, met twee franse mannen die al jarenlang in dit gebied varen. Ik had Uwe en Anna gezegd dat ik eten zou maken en de man van het derde bootje -Gerard- hadden we ook uitgenodigd. Uiteindelijk met 7 man gegeten aan boord bij Michel, want die had de grootste tafel. Erg leuk. Er kwamen sterke franse drankjes tevoorschijn en Andre, de andere fransman sprak ook goed Duits, dus qua talen konden we elkaar aardig volgen. Het begon met een 40% speciaal Frans mixdrankje en even later kwam Gerard met een fles onder de arm die hij eigenlijk niet wilde delen, maar hij wilde toch ook graag het andere drankje overtroeven. Een 70%-appeldrankje, waar je je hand op het kopje moet houden om het niet te snel te laten vervliegen. Uwe schoof zowat achteruit van de boot en ik had de indruk dat die toch wel wat gewend is. Overigens is mijn uitspatting dan beperkt tot een miniglaasje wijn. O wat is dat dan genieten na maanden niet! En ik krijg natuurlijk een extra stukje taart. "Voor de kleine", roepen ze dan!

De volgende ochtend om een uur of negen vertrokken, want dan zouden we de stroom mee hebben en dat was wel nodig, want dan praat je over zo'n 3 knopen stroom; dat is zo'n 5,5 km per uur; dus dat helpt wel als je dat mee hebt!! Dit eerste stuk moest nog op de motor want bij Bordeaux was nog een brug waar je niet onder door kon. Wat is dat mooi om over een rivier te varen. Weer compleet anders van omgeving. Het is een brede rivier en overal stonden een soort kleine hutjes hoog op palen met visnetten. Een stuk van de rivier was vrij rustig en heb ik gestuurd en Chiel gitaar gespeeld. Een prachtig mooi uitzicht met groene heuvels en een hele brede bocht in de rivier. Ik moest huilen van geluk en ook een beetje van verdriet. Het idee dat dit leven binnenkort over is. Nog erg moeilijk voor te stellen.

Aan het einde van de middag kwamen we in Bordeaux en zagen we langs de rivier een mooi ponton. Daar lag een grote Hollandse platbodem: de Dageraad Woubrugge. Wij zijn daar gaan liggen en zijn een week gebleven. Op de Dageraad wonen Jan, Heini en Rie (rond de 60 alle drie) en die varen al een aantal jaren in dit gebied. ' s Winters door het kanaal richting Middellandse Zee en zomers aan de westkant op de rivieren. Ze kennen alles en iedereen langs de rivier en als of die verhalen nog niet genoeg zijn, dan zijn er de verhalen over hun jaren als charterschip met passagiers in Zeeland.

En het klikte zoals je dat zo mooi zegt en verder niet kunt uitleggen. We hebben veel met elkaar gegeten. Dat was dan met 9 man, omdat zij ook nog bezoek hadden, wijn gedronken, verhalen verteld, gitaar gespeeld. Ik heb het genoegen gehad om in hun grote keuken voor allen te koken. Waar ik voorheen thuis al nerveus was om voor 4 man te koken heb ik nu volledig ontspannen voor 9 gekookt. Wat een luxe met een aanrecht en 4 pitten! Ook leuk was dat ik wat meer over mijn zwanger zijn kon kletsen.

In die dagen is onze mast en die van Uwe en Anna omhooggegaan via de mast en lier van de Dageraad. Een spannende klus; alles is goed gegaan en de dagen erna zijn besteed aan het zeilklaar maken van het schip. Heerlijk, weer uitgeklapt en de mast weer op. Als een vogel die haar vleugels weer uitslaat! Van Uwe en Anna konden we een hoop kaarten kopiëren die we nog nodig hadden.

Dat blijf ik leren op reis en dat blijft me ontroeren: dat de dingen zich als vanzelf wel regelen. Het aannemen ervan blijft voor mij nog wel echt een klus. Want dan moet je bedenken dat we aanleggen, binnen 5 minuten staan te kletsen bij de Dageraad, van hen horen dat we hier gratis kunnen liggen en dat dat geen probleem is (het is een wachtsteiger voor de sluis, maar de fransen zijn niet moeilijk), dat zij na het eerste kopje koffie aanbieden dat onze masten wel via hun schip omhoog kunnen (dat hebben ze al zo vaak gedaan), van Uwe en Anna wisten we al dat we de kaarten konden kopiëren, dat we van Jan, Heini en Rie nog kaarten en een goede pilot krijgen en dat er ook nog aangeboden wordt dat we rustig aan boord kunnen douchen als we dat willen…..Dat laatste hebben we niet gedaan, maar wel veel genoten van de ruimte bij hen aan boord. Aan tafel eten, ' s avonds een ruime plek om te zitten.

De dag dat we wilden vertrekken was er veel regen, onweer en een harde wind. Dus dat werd 2 dagen later en met 3 schepen tegelijk. De Dageraad ging wat verderop rechts de Dordogne op naar Bourg. Dat bleek voor ons ook een leuke tussenstop te zijn en dus zijn we daar ook heen gezeild. Gezeild op de rivier!! Mooi!!! We hadden een pittig windje en zeilden als een speer. We gaan normaal al hard, maar hadden nu vol de stroom mee. Als je dan vlak bij de kant komt, dan zie je hoe apart de boot beweegt in de stroom. Het laatste stuk de Dordogne op was met stroom tegen: dat geeft gekke golven in de rivier (wind tegen stroom), heel korte golven, waar we over surfden. De Dageraad was eerder de rivier op gegaan en lag al en wij konden langszij afmeren. Bourg is een lief rivierstadje, had ook een mooie supermarkt, dus dat was opnieuw een prima stek.

De volgende dag was het echt afscheid nemen van de Dageraad. Zij bleven op de rivier en wij gingen samen met de Nereide richting Atlantische Oceaan. Niet leuk om afscheid te nemen, maar zoals zij terecht zeiden: het is ook een goed teken als het afscheid zwaar valt.

De zeiltocht was opnieuw fantastisch. Mooie wind, veel stroom. Het was wel langer dan we ingeschat hadden. Die dag zo'n 60 mijl gezeild. We kwamen rond half tien 's avonds in Port Bloc aan; de afgesproken havenplaats met Uwe en Anna. Na een aantal uren nog geen Uwe en Anna en die hebben we ook pas na twee dagen weer gevonden. Zij zijn rond half drie 's nachts aangekomen en naar een haven aan de overkant gegaan, die 's nachts veel gemakkelijker binnen te lopen is; wij hebben de volgende dag op hen gewacht met het idee dat ze veel verder terug een haven waren binnengegaan; zij zijn doorgevaren, de marifoons werkten niet goed, enz. We waren zo sukkelig geweest om verder niets af te spreken en hadden nog geen adressen van elkaar. Ik wist dat de Dageraad wel hun nummer had, dus elkaar uiteindelijk via de mobiele telefoon weer gevonden en ontmoet in la Rochelle.

Na dus nog een dagje zeilen op de rivier en een nachtje Port Bloc zijn we doorgevaren en zouden eindelijk de Atlantische Oceaan opgaan. Het eiland voor de kust kon je buitenom of binnendoor passeren. Binnendoor alleen met rustig weer vanwege stromingen, ondieptes enzovoorts. We hadden Jan's droomkaart meegekregen om binnendoor te kunnen gaan. Hij had dat graag ooit zelf gedaan, maar zijn schip is daar niet zo geschikt voor.

De avond ervoor en op de dag zelf heb ik als een gek zitten oefenen en rekenen om te bepalen wat een handige tijd was om er doorheen te gaan, hoeveel water er dan staat en hoeveel stroom en mee of tegen. Erg leuk, met tabelletjes en stroomkaartjes. Dat is ook allemaal prachtig gegaan. We waren wel erg blij met de extra detailkaart van Jan, want er stond dat de geul beboeid was, maar dat was dan wel op erg franse wijze. Af en toe een paar rode, af en toe een paar groene en onduidelijk langs welke kant je wat moest passeren. Maar wel een mooi gebied, langs stranden en duinen. Het navigeren was voor Chiel niet echt ontspannen. Als laatste klapper gingen we onder een brug door waarop aangegeven stond onder welke bogen je erdoor kon, terwijl volgens de kaart een van die bogen bij laag water droogvalt. Ook zaten er nog een aantal rotsachtige ondiepten die niet werden aangegeven en achter de boog waar wij doorheen gingen stonden nog zo'n 30 meter verder restanten van oude bruggen en tussen al dat beton door was compleet onduidelijk wat de vaargeul was. Ergens een stuk verderop was weer een groene ton. En om het compleet te maken stonden tussen alle tonnen ook nog van die staken die ondieptes of oesterbedden aangeven.

Wat verderop werd het water ruimer, de wind gunstiger en dat betekende het laatste stuk weer mooi hard zeilen met overal eilanden en leuke stadjes. We zijn die avond bij la Rochelle binnengevaren. La Rochelle is de zeilersmetropool van Frankrijk. Hier starten ook vaak belangrijke wedstrijden, de jachthaven telt 3200 plaatsen die ook vol liggen en middenin de stad zijn nog 3 kleinere jachthavens. Wij gingen rond zes uur naar binnen en deden dat tegelijk met tientallen andere schepen. Prachtig. Iedereen zeilt tot op het laatste moment (een heel smal kanaaltje) en niemand doet paniekerig. Mooi gezicht. We hadden de wind recht van achter en hebben het hele smalle kanaaltje richting stad kunnen zeilen. Een kleine haven middenin het centrum. We hebben er een nacht gelegen en daar een beetje rondgekeken.

De volgende dag om een uur of 1 arriveerden Uwe en Anna. Dat was een vrolijk weerzien! Inkopen gedaan en nu dus twee dagen met elkaar voor anker in dit gebied.

Morgen aan het einde van de dag komt Gerard met de TGV in La Rochelle aan en als het weer goed is vertrekken we dan richting zee voor het laatste stuk richting Nederland. Nog zo'n 700 mijl!

Heerlijk om dat met z'n drieën te kunnen doen. Dat betekent dat ik geen wachten alleen hoef te doen (Gerard en ik doen samen een wacht en Chiel doet alleen zijn wacht) en dat ik dus niet hard aan touwtjes hoef te trekken of snelle acties hoef te doen. De Noordzee is een druk stuk water en je hebt er ook met de getijden te maken.

Het gaat nog steeds prima met mij en mijn buik en het zeilen. Het wordt een beetje saai verhaal, maar ik voel me erg goed, op en top zwanger, vindt het geweldig leuk om alle beweging van het kindje te voelen en schrik me af en toe rot als ik mijn eigen buik zie, maar ik vind het wel een mooie buik. Ook Chiel is onder de indruk van mijn buik en vindt het mooi.

Hoe gaat het verder als we in Nederland zijn? Als het volgens plan gaat zijn we binnen enkele weken in Nederland. We blijven nog in Zeeland zeilen, eerst op het Haringvliet en begin augustus op het Grevelingenmeer. We hebben een tijdelijk huis in Vlaardingen, vlakbij Rotterdam.

Tot binnenkort!

Marianne en Chiel


Home

Begin van pagina