Home
klik thumbnails voor extra foto's.
|
We dobberen voor anker in de Atlantische Oceaan.
Vlakbij la Rochelle, het zeilersparadijs van Frankrijk.
In dit gebied hebben we te maken met getijdenwater en
dat is toch wel erg leuk zeilen. Toen we vanuit de
riviermonding de oceaan opvoeren kreeg Chiel meteen een
zeer grote glimlach op zijn gezicht. Helemaal blij met
het voelen van de oceaandeining. Een groot verschil met
de korte golven op de Middellandse Zee.
We liggen momenteel al een aantal dagen voor anker. Wie
langs plek vaart ziet een prachtig beeld. Onze
supersnelle, spinachtige Milonga ligt gezusterlijk
vastgeknoopt aan de Nereide, een prachtig houten
scheepje; een beetje hippieachtig om te zien. Een
felgroene romp en een rode mast. Ons net ligt bezaaid
met snorkelspullen en visgereedschap. Achter ons een
paar drijvertjes waar we netten en lijnen aan uitgezet
hebben. Vlakbij zie je met laagwater de oesterbedden en
mooie stranden; om ons heen een aantal eilandjes met
kleine havens waar je alleen op bepaalde tijden in en
uit kan vanwege de waterstanden.
De Nereide is van Uwe, Anna en Salina de hond
(oostduits, zweeds, spaans, 37 jaar, 37 jaar, 6
maanden). We hebben hen ontmoet aan het einde van het
Canal du Midi en varen al een tijdje samen op. Zij zijn
ook ongeveer een jaar onderweg en gaan langzaam terug
richting Zweden. Gisteravond met laagwater zijn Uwe,
Anna en Chiel op mossel- en oesterjacht geweest. Dat
was een goede vangst. Heerlijke mosselen, een klein
beetje oesters (niet uit de oesterbedden, maar verderop
bij het strand van de rotsen), veel krabben en nog een
vis met een hengel. Met elkaar alles schoonmaken en
klaarmaken en dat betekent de laatste paar dagen dat we
dan zo rond een uur of elf 's avonds kunnen eten.
Maar lekker!!!! Citroen erbij, beetje kruidenboter,
salade, gebakken aardappels en brood! Kleine krabben
eten was voor mij nieuw; de smaak is heerlijk, je moet
wel veel doen voor een heel klein beetje eten.
Het klinkt als vakantie en het voelt als vakantie. Een
paar mooie zeiltochten gemaakt zonder echt ergens heen
te hoeven, heerlijk zonnig weer met een lekker windje,
beetje zwemmen, slapen, lekker eten. Erg genieten van
ons laatste deel van de reis.
Niet zo gek ook, want we hebben sinds ons laatste
reisverslag een aardige afstand afgelegd. We zijn van
Sicilië in een keer naar Sardinië gezeild. In
Sardinië zijn we 's nachts aangekomen en de
volgende dag 's avonds weer verder gezeild richting
de Balearen. Op de Balearen hebben we een dag of vier
gerust, de boot weer klaargemaakt (schoonmaken,
inkopen, kleine reparaties, was, water, spiritus) en
vervolgens naar de ingang van het Canal du Midi
gevaren. Dat was Port la Nouvelle aan de zuidkust van
Frankrijk. Over de zeetochten later wat meer (dat komt
nog in een apart verslag); eerst maar over het
kanaal.
Canal du Midi, canal de la Garonne en de rivier
De doorsteek om van de Middellandse Zee naar de
Atlantische Oceaan te komen bestaat uit drie delen. Het
eerste deel heet het Canal du Midi; het tweede deel
Canal du Garonne en het laatste deel vaar je op de
rivier de Garonne en die mondt uiteindelijk uit in de
Atlantische Oceaan. Als je deze kanalen doorbent, dan
ben je zo'n 143 sluizen gepasseerd. Het geheel
loopt door Zuidwest-frankrijk en Bordeaux is een van de
grote plaatsen langs deze route.
Deze kanalen bestaan al sinds 17honderdzoveel en de
sluisconstructies zijn prachtig. Een rijke man met veel
doorzettingsvermogen heeft dit met grotendeels eigen
kapitaal gerealiseerd. En de moeilijkheid of de
uitdaging was en is om te zorgen dat er voldoende water
is. Daarvoor zijn ook allerlei verzamelbassins
gemaakt.
Port la Nouvelle is een van de kustplaatsen om het
Canal du Midi te kunnen bereiken. We hebben daar een
aantal dagen gelegen om de boot klaar te maken voor het
kanaal.
De eerste brug was een zeer geschikte brug om te
gebruiken om onze mast te laten zakken. Een spannende
aangelegenheid, maar alles ging goed. Wat een hoop zooi
heb je dan plotseling aan boord: grootzeil, fok, giek,
al het touwwerk. Chiel heeft daar een mooi pakket van
gemaakt. En achter en voor ons schip stak nu natuurlijk
een aardig stuk mast uit. Voor de franse vlag erop;
achter de Nederlandse vlag. Verder hadden we 1 drijver
ingeklapt en de andere uitgevouwen. De sluizen zouden
zo breed zijn, dat we er op die manier net doorkonden
en dan kon het bijbootje op het net blijven. Daarmee
zag ons schip er wel uit als een beetje aangereden
vogeltje, maar ja.
De eerste dag hebben we een kort stuk gevaren en dat
ging prima. Twee sluisjes door. Het was heel krap, maar
het ging; wel heel spannend. Ook de stukken kanaal
waren mooi om te varen. Er staan veel bomen en er is
langs het hele kanaal een pad dat vroeger gebruikt werd
om boten te trekken (het jaagpad). Nu is dat voor
fietsers, wandelaars en joggers ideaal. Een vreemde
gewaarwording om na zoveel zee en blauw door het groen
en de bomen te varen!
De tweede dag was een stuk minder. We lagen in Narbonne
- een leuke stad - en hadden het smalste en laagste
bruggetje van de tocht gepasseerd. Dat ging goed en als
je daar goed door kon; dan kon je overal doorheen.
Vervolgens kwam de volgende sluis met pal voor de
sluisdeur een harde, dwarse stroom. Dan wordt zo'n
ingang toch plotseling erg smal, want voor het
corrigeren van zo'n stroombeweging heb je een
beetje ruimte en snelheid nodig. Beiden had ik niet en
ik was teveel op het bewegen van de achterkant van de
boot aan het letten met als gevolg dat ik de voorpunt
van onze uitgeklapte drijver naast de ingang stuurde in
plaats van erin. Dat was een behoorlijke klap. Ik begon
meteen heel hard te huilen; ik vond het echt vreselijk.
Chiel stond inmiddels bovenop en dan drijf je zo diep
in zo'n sluis en ik vond het zo verschrikkelijk
erg. Chiel niet zo. Die vond het vooral erg dat ik zo
moest huilen. Ik denk dat zwangerschapshormonen dan ook
niet echt behulpzaam zijn. De schade viel op zich mee.
Het ziet er lelijk uit, maar is alleen
oppervlaktebeschadiging. Dan heb je kalveren en putten
enzo en hebben we de andere drijver ook ingeklapt en
verder geen aanvaringen met sluisdeuren meer gehad.
Uiteindelijk zijn 142 sluizen goed gegaan.
We hadden van te voren gedacht dat het varen door het
kanaal vrij ontspannen zou zijn. En dat is met name de
eerste dagen tegengevallen. Het zijn erg lange dagen.
Om 9 uur lagen we voor de eerste sluis en om 19.00 uur
hadden we de laatste sluis en voeren we vaak nog door
om de volgende ochtend meteen weer een sluis te kunnen
nemen. Elke sluis vraagt veel concentratie en betekent
veel staan. Ook moet je in zo'n smal kanaal
voortdurend alert sturen. Om dat feestje nog compleet
te maken bleek die week ook een vakantieweek en hoorden
we later dat zelfs op het Nederlandse nieuws gesproken
werd over de hittegolf in Frankrijk!! En het was
heet!!! Geen zuchtje wind, brandende zon, pas om een
uur of 11 's avonds begon het een beetje minder
warm te worden.
Die vakantieweek. Dat was het toppunt. In het kanaal
worden overal lange, grote, smalle boten verhuurd die
je zonder enige vaarervaring kan huren (boten tussen de
8 en 12 meter; vaker 12 dan 8). Als je aan de kant
staat leidt dat tot leuke taferelen. Als je er met je
eigen boot tussenvaart is het een stuk minder. Een boot
die de bocht wil nemen en in de kant eindigt; boten die
dwars voor de sluis beginnen en al botsend van links
naar rechts in de sluis overdwars terechtkomen (nu had
ik daar natuurlijk wel een beetje begrip voor..). Dat
is allemaal nog een beetje te begrijpen, maar wat echt
stress gaf is dat de meeste boten ook niet goed
rechtdoor konden varen. Dus als je elkaar ging passeren
dan kwamen ze eerst recht op je af (en meestal vergaten
ze om gewoon wat zachter te gaan varen), om op het
laatste moment dwars uit te gaan en recht op de kant af
en dan maar hopen dat ze met de volgende stuuractie net
achter je langs zouden schieten. Dus ook als je gewoon
langs de kant vastgemeerd lag, was dat niet echt
rustgevend. Bij elke boot even opletten of dat wel goed
ging.
Ergens de vierde dag was het ergst. Dat was het moment
dat we beiden hebben gedacht: we stoppen ermee. De boot
gaat op de trailer. We lagen met 3 boten in de sluis en
dat ging goed. De sluiswachter wilde er nog een vierde
bij hebben en dat kon op zich ook prima; er was ruimte
voldoende. Deze vierde boot was bemand door 2 wat
oudere franse stellen. De man achter het stuur kende
maar 2 motorstanden: hard vooruit en hard achteruit. En
hij kon niet sturen en hij had geen enkel benul van wat
hij deed en hij had een gezicht met daarop geen enkele
emotie of communicatie. Ik ben niet eerder zo in paniek
geweest over onze boot. Hun boot lag op een gegeven
moment half dwars in de sluis en die man gaat hard
achteruit varen en Chiel was op de kant met de lijnen
en ik kan wel een boot afhouden, maar niet een boot die
schuin hard achteruit vaart en ik hoor onze boot kraken
(als eerste natuurlijk die drijverconstructie en die
kan veel hebben, maar toch) en ik heb zo geschreeuwd
(en ik denk ook gevloekt) dat ze dat 3 sluizen verderop
konden horen, maar gelukkig stopte die boot toen wel en
ging vervolgens weer hard vooruit. De andere man aan
boord schaamde zich volgens mij diep en we begrepen ook
niet waarom hij niet voer; we hadden eerder gezien dat
hij goed kon varen, maar toen we dat vroegen lag dat
nogal gevoelig geloof ik.
Maar deze gebeurtenis was voor ons wel even een
druppel. Zelf stomme dingen doen is nog tot daar aan
toe, maar overgeleverd worden aan halfgaren is nog weer
wat anders. Dus toen zeiden we dat als het over een dag
of wat niet beter voelde dat we er dan mee zouden
stoppen.
Maar eigenlijk is het vanaf dat moment overal prima
gegaan. Een keer toen we het niet vertrouwden hebben we
een sluisbeurt gewacht en waar we konden gingen we als
laatsten de sluis in als de anderen al vastlagen. En ik
moet zeggen dat natuurlijk ook het merendeel van de
mensen weliswaar weinig vaarervaring hadden, maar wel
heel zachtjes kwamen binnenvaren en die boten hebben
veel rubber en stootwillen en dan is het ook geen
probleem. Dat hou je makkelijk af en dat gaat dan
allemaal wel goed.
We waren wel trots op ons eigen sluisvaarsysteem, want
met z'n tweeën is dat nog best lastig. Als je
stroomopwaarts vaart kom je binnen in de sluis en lig
je heel diep. Dan kun je geen lijnen gooien en er waren
ook geen trappen om omhoog te klimmen. Dus in het begin
lagen we steeds te wachten tot iemand een lijntje van
ons wilde aanpakken, maar dat is veel extra
gemanoeuvreer en gedoe. Uiteindelijk hebben we op onze
omhooggeklapte drijvers een haak gemaakt waar we voor
en achter de lijnen aan ophingen. Ik zette Chiel voor
de sluis aan de kant af. Hij liep met pikhaak naar de
sluis; ik voer de sluis binnen en met de pikhaak kon
Chiel zo onze lijnen pakken. Zo deden wij dat samen
meestal soepeler dan de boten met 6 mensen aan
boord.
Het laatste stuk van het kanaal was veel rustiger.
Minder boten, minder sluizen en langere stukken varen.
Ook voeren we inmiddels stroomafwaarts en kom je dus
hoog de sluis binnen en eindig je diep. Dat is wat
gemakkelijker. Ook hadden we een paar wat koelere
dagen. Dat was heel welkom, vooral omdat ik met die
warmte flink last van mijn benen had.
Ik heb nog een vrije middag gehad omdat Chiel terug
moest naar la Rochelle om post op te halen. In
Frankrijk heb je op zee een vlaggenbrief nodig en die
hadden we nog niet. Die hadden we laten opsturen naar
het havenkantoor van Port la Nouvelle, want we wisten
dat we daar een aantal dagen zouden zijn. Wat kan post
ingewikkeld zijn: eerst was er Pinksteren in Nederland,
toen staakte de franse post drie dagen en toen was het
weekend en het havenkantoor dicht. Dus uiteindelijk is
Chiel liftend teruggegaan en hadden we gelukkig onze
vlaggenbrief. Volgens ons een non-document, maar ja,
die fransen willen dat graag zien en anders lopen we
het risico van een hoge boete. Die fransen staken
trouwens omdat ze vanwege de EU kans lopen dat hun
pensioenregelingen veranderen: franse ambtenaren gaan
nu met hun 50e met pensioen!
We hebben ook wel hoofdbrekens gehad in al die sluizen
over het promotie en demotiebeleid bij franse
ambtenaren. Er zijn handbediende, automatische sluizen
en sluizen met sluiswachter. En er is een aantal
dubbele, driedubbele en vierdubbele sluizen. In
Nederland zou de vierdubbele sluis promotie betekenen.
In het laatste stuk hebben we ontdekt wat promotie in
Frankrijk is: er bestaan namelijk een aantal
automatische sluizen met sluiswachter (!). Die
sluiswachter komt naar je toe en vraagt of je nog
abrikozen wil kopen, of een taart, of iets anders. Dus
die kan daar mooi zijn eigen zaakjes doen!
Schitterend.
Er is ook een hoop moois te vertellen over de kanalen.
Een prachtig landschap om doorheen te varen, zo op en
top Frans, met heuvels, maïsvelden, zonnebloemen,
lange stukken met prachtig oude platanen, kastelen,
wijnproeverijen. Ook ziet elke sluis er prachtig uit.
Er staat een mooie woning bij; er is bijna altijd een
mooie tuin bij met mooie struiken. Dat wordt allemaal
goed onderhouden. En we zijn ook aardig wat aquaducten
gepasseerd. Spectaculair is dat. Aan het einde hadden
we toch geen spijt, maar we waren wel blij dat we er
door waren. In 11 dagen 143 sluizen voelt als een soort
voorbereiding op werken.
Net voor de laatste sluis hebben we Uwe en Anna
ontmoet. Zij zouden die avond door de laatste sluis
gaan en wisten dat er op de rivier een ponton lag waar
je goed voor de nacht kon liggen, zodat we de volgende
ochtend meteen met de stroom mee richting Bordeaux
konden gaan. Met ons mee door de sluis kwam nog een
zeilbootje en later arriveerden nog twee kleine
motorbootjes bij het ponton, met twee franse mannen die
al jarenlang in dit gebied varen. Ik had Uwe en Anna
gezegd dat ik eten zou maken en de man van het derde
bootje -Gerard- hadden we ook uitgenodigd. Uiteindelijk
met 7 man gegeten aan boord bij Michel, want die had de
grootste tafel. Erg leuk. Er kwamen sterke franse
drankjes tevoorschijn en Andre, de andere fransman
sprak ook goed Duits, dus qua talen konden we elkaar
aardig volgen. Het begon met een 40% speciaal Frans
mixdrankje en even later kwam Gerard met een fles onder
de arm die hij eigenlijk niet wilde delen, maar hij
wilde toch ook graag het andere drankje overtroeven.
Een 70%-appeldrankje, waar je je hand op het kopje moet
houden om het niet te snel te laten vervliegen. Uwe
schoof zowat achteruit van de boot en ik had de indruk
dat die toch wel wat gewend is. Overigens is mijn
uitspatting dan beperkt tot een miniglaasje wijn. O wat
is dat dan genieten na maanden niet! En ik krijg
natuurlijk een extra stukje taart. "Voor de
kleine", roepen ze dan!
De volgende ochtend om een uur of negen vertrokken,
want dan zouden we de stroom mee hebben en dat was wel
nodig, want dan praat je over zo'n 3 knopen stroom;
dat is zo'n 5,5 km per uur; dus dat helpt wel als
je dat mee hebt!! Dit eerste stuk moest nog op de motor
want bij Bordeaux was nog een brug waar je niet onder
door kon. Wat is dat mooi om over een rivier te varen.
Weer compleet anders van omgeving. Het is een brede
rivier en overal stonden een soort kleine hutjes hoog
op palen met visnetten. Een stuk van de rivier was vrij
rustig en heb ik gestuurd en Chiel gitaar gespeeld. Een
prachtig mooi uitzicht met groene heuvels en een hele
brede bocht in de rivier. Ik moest huilen van geluk en
ook een beetje van verdriet. Het idee dat dit leven
binnenkort over is. Nog erg moeilijk voor te
stellen.
Aan het einde van de middag kwamen we in Bordeaux en
zagen we langs de rivier een mooi ponton. Daar lag een
grote Hollandse platbodem: de Dageraad Woubrugge. Wij
zijn daar gaan liggen en zijn een week gebleven. Op de
Dageraad wonen Jan, Heini en Rie (rond de 60 alle drie)
en die varen al een aantal jaren in dit gebied. ' s
Winters door het kanaal richting Middellandse Zee en
zomers aan de westkant op de rivieren. Ze kennen alles
en iedereen langs de rivier en als of die verhalen nog
niet genoeg zijn, dan zijn er de verhalen over hun
jaren als charterschip met passagiers in Zeeland.
En het klikte zoals je dat zo mooi zegt en verder niet
kunt uitleggen. We hebben veel met elkaar gegeten. Dat
was dan met 9 man, omdat zij ook nog bezoek hadden,
wijn gedronken, verhalen verteld, gitaar gespeeld. Ik
heb het genoegen gehad om in hun grote keuken voor
allen te koken. Waar ik voorheen thuis al nerveus was
om voor 4 man te koken heb ik nu volledig ontspannen
voor 9 gekookt. Wat een luxe met een aanrecht en 4
pitten! Ook leuk was dat ik wat meer over mijn zwanger
zijn kon kletsen.
In die dagen is onze mast en die van Uwe en Anna
omhooggegaan via de mast en lier van de Dageraad. Een
spannende klus; alles is goed gegaan en de dagen erna
zijn besteed aan het zeilklaar maken van het schip.
Heerlijk, weer uitgeklapt en de mast weer op. Als een
vogel die haar vleugels weer uitslaat! Van Uwe en Anna
konden we een hoop kaarten kopiëren die we nog
nodig hadden.
Dat blijf ik leren op reis en dat blijft me ontroeren:
dat de dingen zich als vanzelf wel regelen. Het
aannemen ervan blijft voor mij nog wel echt een klus.
Want dan moet je bedenken dat we aanleggen, binnen 5
minuten staan te kletsen bij de Dageraad, van hen horen
dat we hier gratis kunnen liggen en dat dat geen
probleem is (het is een wachtsteiger voor de sluis,
maar de fransen zijn niet moeilijk), dat zij na het
eerste kopje koffie aanbieden dat onze masten wel via
hun schip omhoog kunnen (dat hebben ze al zo vaak
gedaan), van Uwe en Anna wisten we al dat we de kaarten
konden kopiëren, dat we van Jan, Heini en Rie nog
kaarten en een goede pilot krijgen en dat er ook nog
aangeboden wordt dat we rustig aan boord kunnen douchen
als we dat willen…..Dat laatste hebben we niet
gedaan, maar wel veel genoten van de ruimte bij hen aan
boord. Aan tafel eten, ' s avonds een ruime plek om
te zitten.
De dag dat we wilden vertrekken was er veel regen,
onweer en een harde wind. Dus dat werd 2 dagen later en
met 3 schepen tegelijk. De Dageraad ging wat verderop
rechts de Dordogne op naar Bourg. Dat bleek voor ons
ook een leuke tussenstop te zijn en dus zijn we daar
ook heen gezeild. Gezeild op de rivier!! Mooi!!! We
hadden een pittig windje en zeilden als een speer. We
gaan normaal al hard, maar hadden nu vol de stroom mee.
Als je dan vlak bij de kant komt, dan zie je hoe apart
de boot beweegt in de stroom. Het laatste stuk de
Dordogne op was met stroom tegen: dat geeft gekke
golven in de rivier (wind tegen stroom), heel korte
golven, waar we over surfden. De Dageraad was eerder de
rivier op gegaan en lag al en wij konden langszij
afmeren. Bourg is een lief rivierstadje, had ook een
mooie supermarkt, dus dat was opnieuw een prima
stek.
De volgende dag was het echt afscheid nemen van de
Dageraad. Zij bleven op de rivier en wij gingen samen
met de Nereide richting Atlantische Oceaan. Niet leuk
om afscheid te nemen, maar zoals zij terecht zeiden:
het is ook een goed teken als het afscheid zwaar
valt.
De zeiltocht was opnieuw fantastisch. Mooie wind, veel
stroom. Het was wel langer dan we ingeschat hadden. Die
dag zo'n 60 mijl gezeild. We kwamen rond half tien
's avonds in Port Bloc aan; de afgesproken
havenplaats met Uwe en Anna. Na een aantal uren nog
geen Uwe en Anna en die hebben we ook pas na twee dagen
weer gevonden. Zij zijn rond half drie 's nachts
aangekomen en naar een haven aan de overkant gegaan,
die 's nachts veel gemakkelijker binnen te lopen
is; wij hebben de volgende dag op hen gewacht met het
idee dat ze veel verder terug een haven waren
binnengegaan; zij zijn doorgevaren, de marifoons
werkten niet goed, enz. We waren zo sukkelig geweest om
verder niets af te spreken en hadden nog geen adressen
van elkaar. Ik wist dat de Dageraad wel hun nummer had,
dus elkaar uiteindelijk via de mobiele telefoon weer
gevonden en ontmoet in la Rochelle.
Na dus nog een dagje zeilen op de rivier en een nachtje
Port Bloc zijn we doorgevaren en zouden eindelijk de
Atlantische Oceaan opgaan. Het eiland voor de kust kon
je buitenom of binnendoor passeren. Binnendoor alleen
met rustig weer vanwege stromingen, ondieptes
enzovoorts. We hadden Jan's droomkaart meegekregen
om binnendoor te kunnen gaan. Hij had dat graag ooit
zelf gedaan, maar zijn schip is daar niet zo geschikt
voor.
De avond ervoor en op de dag zelf heb ik als een gek
zitten oefenen en rekenen om te bepalen wat een handige
tijd was om er doorheen te gaan, hoeveel water er dan
staat en hoeveel stroom en mee of tegen. Erg leuk, met
tabelletjes en stroomkaartjes. Dat is ook allemaal
prachtig gegaan. We waren wel erg blij met de extra
detailkaart van Jan, want er stond dat de geul beboeid
was, maar dat was dan wel op erg franse wijze. Af en
toe een paar rode, af en toe een paar groene en
onduidelijk langs welke kant je wat moest passeren.
Maar wel een mooi gebied, langs stranden en duinen. Het
navigeren was voor Chiel niet echt ontspannen. Als
laatste klapper gingen we onder een brug door waarop
aangegeven stond onder welke bogen je erdoor kon,
terwijl volgens de kaart een van die bogen bij laag
water droogvalt. Ook zaten er nog een aantal
rotsachtige ondiepten die niet werden aangegeven en
achter de boog waar wij doorheen gingen stonden nog
zo'n 30 meter verder restanten van oude bruggen en
tussen al dat beton door was compleet onduidelijk wat
de vaargeul was. Ergens een stuk verderop was weer een
groene ton. En om het compleet te maken stonden tussen
alle tonnen ook nog van die staken die ondieptes of
oesterbedden aangeven.
Wat verderop werd het water ruimer, de wind gunstiger
en dat betekende het laatste stuk weer mooi hard zeilen
met overal eilanden en leuke stadjes. We zijn die avond
bij la Rochelle binnengevaren. La Rochelle is de
zeilersmetropool van Frankrijk. Hier starten ook vaak
belangrijke wedstrijden, de jachthaven telt 3200
plaatsen die ook vol liggen en middenin de stad zijn
nog 3 kleinere jachthavens. Wij gingen rond zes uur
naar binnen en deden dat tegelijk met tientallen andere
schepen. Prachtig. Iedereen zeilt tot op het laatste
moment (een heel smal kanaaltje) en niemand doet
paniekerig. Mooi gezicht. We hadden de wind recht van
achter en hebben het hele smalle kanaaltje richting
stad kunnen zeilen. Een kleine haven middenin het
centrum. We hebben er een nacht gelegen en daar een
beetje rondgekeken.
De volgende dag om een uur of 1 arriveerden Uwe en
Anna. Dat was een vrolijk weerzien! Inkopen gedaan en
nu dus twee dagen met elkaar voor anker in dit
gebied.
Morgen aan het einde van de dag komt Gerard met de TGV
in La Rochelle aan en als het weer goed is vertrekken
we dan richting zee voor het laatste stuk richting
Nederland. Nog zo'n 700 mijl!
Heerlijk om dat met z'n drieën te kunnen doen.
Dat betekent dat ik geen wachten alleen hoef te doen
(Gerard en ik doen samen een wacht en Chiel doet alleen
zijn wacht) en dat ik dus niet hard aan touwtjes hoef
te trekken of snelle acties hoef te doen. De Noordzee
is een druk stuk water en je hebt er ook met de
getijden te maken.
Het gaat nog steeds prima met mij en mijn buik en het
zeilen. Het wordt een beetje saai verhaal, maar ik voel
me erg goed, op en top zwanger, vindt het geweldig leuk
om alle beweging van het kindje te voelen en schrik me
af en toe rot als ik mijn eigen buik zie, maar ik vind
het wel een mooie buik. Ook Chiel is onder de indruk
van mijn buik en vindt het mooi.
Hoe gaat het verder als we in Nederland zijn? Als het
volgens plan gaat zijn we binnen enkele weken in
Nederland. We blijven nog in Zeeland zeilen, eerst op
het Haringvliet en begin augustus op het
Grevelingenmeer. We hebben een tijdelijk huis in
Vlaardingen, vlakbij Rotterdam.
Tot binnenkort!
Marianne en Chiel
Home
Begin van pagina
|